Examencommissie / Thesiscommissie
Email : sanders.naco@gmail.com
Casuïstiek en thesis aanvragen alleen indienen via de mail

Statuten

NAAM ZETEL EN DUUR

Artikel 1.

  1. De Stichting draagt de naam: Stichting Nederlands Academisch College voor Osteopathie.
  2. Zij heeft haar zetel in Amsterdam.
  3. De Stichting is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  4. Haar activiteiten beslaan geheel Nederland.

DOEL

Artikel 2.

1. De Stichting heeft ten doel:

  • Het behartigen van de belangen van de studenten Osteopathie betreffende de examens Osteopathie.
  • Het inrichten en afnemen van de eindexamens Osteopathie, zoals beschreven in haar examenreglementen.
  • Het toezien op de in de reglementen vastgestelde kwaliteitseisen ten aanzien van alle examens Osteopathie in Nederland en het toezien op de kwaliteit van de onderwijs bij de Nederlandse opleidingen voor Osteopathie en de daar afgenomen tentamens en schoolexamens
  • Het inrichten en bevorderen van postacademisch onderwijs in de osteopathie.
  • Het adviseren ten aanzien van vragen over filosofie, wetenschap en ethiek betreffende de ostheopatische geneeskunde
  • en al het geen daarmee rechtstreeks verband houdt of daaraan bevordelijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door:

  1. Het vaststellen van de reglementen ten aanzien van de eindexamens Osteopathie in Nederland.
  2. Het vaststellen van kwaliteitseisen ten aanzien van het onderwijs aan de Nederlandse opleidingen voor Osteopathie.
  3. Het aanstellen van commissies die de eindexamens Osteopathie afnemen.
  4. Het toezien op de kwaliteit van het onderwijs ten aanzien van de eindexamens en ten aanzien van het onderwijs aan de Nederlandse opleidingen voor Osteopathie.
  5. Het bevorderen van het wetenschappelijk onderzoek ten aanzien van de osteopatische geneeskunde
  6. Het, zo nodig, onderzoeken en, conform de reglementen, erkennen van soortgelijke buitenlandse instellingen.
  7. Het bevorderen van kontakt en overleg met andere instellingen en organisaties welke een doel hebben dan aan het doel van de stichting verwant is.
  8. Het – indien nodig – aanwenden van kennis en middelen tot bevorderen van het onderwijs en de belangenbehartiging van vorenbedoelde reglementen

GELDMIDDELEN.

Artikel 3.
De stichting beoogt niet het maken van winst.

Artikel 4.
De geldmiddelen van de stichting zal gevormd worden door:

  • Examengelden
  • Bijdrage van de Nederlandse opleidingen voor Osteopathie
  • Subsidies, giften, andere toevallige baten, erfstellingen en legaten.
  • Geldleningen en renten.
  • Andere wettelijke geoorloofde inkomsten.

Artikel 5.
Erfstellingen worden door de stichting niet anders aanvaard dan onder het voorrecht om boedelbeschrijving; schenkingen en legaten worden door de stichting niet anders aanvaard dan krachtens een besluit van het bestuur, genomen in een vergade­ring waarin tenminste twee/derde van het aantal in functie zijnde leden van het bestuur aanwezig is.
Is dat aantal niet aanwezig dan wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven, welke tenminste een maand en ten hoogste twee maanden later wordt gehouden; die vergadering is dan tot besluiten bevoegd met tenminste drie/vierde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden.

BESTUUR

Artikel 6.

  • Het bestuur van de stichting bestaat uit een aantal van tenminste drie leden. In het bestuur hebben tenminste zitting één vertegenwoordiger van elk der Nederlandse Opleidingen voor Osteopathie en ten maximale twee vertegenwoordigers van elk der Nederlandse opleidingen voor Osteopathie, vermits deze opleiding voldoet aan de eisen en reglementen die de Stichting NACO aan de Opleidingen voor Osteopathie stelt.
  • Het aantal bestuursleden wordt door het bestuur zelve vastgesteld.
  • De leden van het bestuur worden benoemd door het bestuur zelve. Benoemingsprocedrure wordt geregeld per huishoudelijk reglement.
  • Indien het aantal bestuurleden daalt beneden het voorgeschreven minimum, blijft het bestuur bevoegd. Het bestuur is evenwel verplicht binnen drie maanden in de open plaatsen te voorzien, met in achtneming van het bepaalde in deze statuten.
  • Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door:
    a.Schriftelijk bedanken van een bestuurslid.
    b.Overlijden.
    c.Ontslag overeenkomstig het bepaalde in artikel 298-2 van het burgelijk wetboek.
    d.Ontslag door het bestuur.
    e. Het verlies van het vrije beheer over zijn/haar vermogen.
    f. Het verstrijken van de periode waarvoor hij/zij is benoemd.
  • Een besluit tot ontslag als hiervoor onder d. bedoeld dient te worden genomen met twee/derde meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin meer dan de helft van het aantal bestuursleden, echter met uitzondering van het betrokken bestuurslid, aanwezig of vertegenwoordigd is.
  • Het bestuur kan voor zijn leden en voor de adviseurs van de stichting een regeling vaststellen ten aanzien van toe te kennen onkosten-vergoeding en vakantie gelden.

BESTUURSVERGADERINGEN

Artikel 7.

  1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
  2. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee andere leden van het bestuur dit nodig achten, doch tenminste één maal per jaar.
  3. De oproeping ter vergadering geschiedt door de secretaris met in achtneming van een termijn van eenentwintig dagen, voor een vergadering als bedoeld in artikel 11 en 12 een termijn van tweeënveertig dagen, de dag van oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
  4. Geldige besluiten kunnen door het bestuur slechts worden genomen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem, met in achtneming van het gestelde in art. 6.1.
  5. Tenzij in deze statuten anders is bepaald worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal bestuurleden aanwezig of vertegenwoordigd is, met in achtneming van het gestelde in art. 6.1.
  6. De bestuursvergaderingen kunnen bijgewoond worden door een vertegenwoordiger van de NRO en een vertegenwoordiger van de NVO. Deze vertegenwoordigers van de NRO en NVO hebben een adviserende stem.
  7. Bestuursleden kunnen zich zelf ter vergadering mits bij schriftelijke volmacht door een ander bestuurslid doen vertegenwoordigen.
  8. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de stemming personen betreft en tenzij de voorzitter een schriftelijk stemming wenselijk acht, of een der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangd. Schriftelijke stemming geschiedt bij niet ondertekende gesloten briefjes.
  9. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  10. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
  11. De vergaderingen van het bestuur zijn toegankelijk voor één (benoemde) vertegenwoordiger van de NRO en één (benoemde) vertegenwoordiger van de NVO.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 8.
De Stichting in en buiten rechten vertegenwoordigd. Hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris, hetzij de voorzitter met de penningmeester.

BESTUURSZAKEN

Artikel 9.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en stelt daartoe onder meer het beleid vast.
  2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
  3. Het bestuur stelt de exploitatie- en investeringsbegroting vast.
  4. Het bestuur omschrijft de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de bestuursleden in een reglement.

BOEKJAAR, JAARREKENING

Artikel 10.

  1. Het boekjaar van de stichting loopt van 1 januari tot en met 31 december, dat wil zeggen gelijk met het kalenderjaar.
  2. Per het einde van iedere boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit wordt door de penningmeester een balans en een staat van baten en kosten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken, vergezeld van een rapport van een accountant of een accountant administratie consulent, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden, waarna de penningmeester wordt gedechardeerd voor zover het cijfers betreffen.

ORGANISATIE

Artikel 13.

  1. De stichting kan zich aansluiten bij instellingen waarvan doelstellingen met die van de stichting overeenkomen of die ten aanzien van de stichting een coördinerende taak uitoefenen.
  2. Aansluiting bij zodanige instellingen, alsmede opheffing van zodanige aansluiting geschiedt door de vertegenwoordiging van de stichting als bedoeld in artikel 6.

COMMISSIES EN WERKGROEPEN

Artikel 14.

  1. De stichting kan besluiten tot instelling casu quo opheffing van commissies en/of werkgroepen. Tenminste zijn de volgende commissies ingesteld:
    • Schoolexamen-commissie
    • Casuïstiekexamen-commissie
    • Thesisexamen-commissie.
    • Commissie Postacademisch Onderwijs.
  2. Al hetgeen commissies of werkgroepen betreft wordt bij reglement geregeld.

REGLEMENTEN

Artikel 15.

  1. Het bestuur kan reglementen vaststellen, wijzigen of opheffen, zulks met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  2. Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.

STATUTENWIJZIGINGEN EN ONTBINDING

Artikel 16.

  1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen of de stichting te ontbinden; statutenwijziging wordt in een notariële akte neergelegd; tot de neerlegging is ieder bestuurslid bevoegd.
  2. Het besluit tot wijziging van de statuten tot ontbinding wordt genomen met twee/derde meerderheid van de geldige uitgebrachte stemmen, welke aantal stemmen tenminste de volstrekte meerderheid van het aantal stemmen van alle bestuursleden uitmaakt, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat, met in acht neming van het gestelde in art. 6.1.
  3. Wijziging van deze statuten of ontbinding van de stichting kan slechts geschieden bij besluit van het bestuur genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen, in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergeadering, waarin tenminste drie/vierde van het aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is, met in acht neming van het gestelde in art. 6.1.
  4. In geval van ontbinding van de stichting geschiedt liquidatie door het bestuur tenzij deze aan derden is overgedaan. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar activa en passiva nodig is.
  5. Het bestuur bepaalt, met inachtneming van de belangen van eventuele subsidiegevers, de bestemming van een eventueel batig saldo van de vereffening; deze vereffening moet het doel van de stichting zoveel mogelijk nabij komen.
    Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden der ontbonden stichting gedurende twintig jaar berusten onder de jongste vereffenaar.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 17.

  1. In alle gevallen waarin deze statuten of reglementen niet voorzien, beslist het bestuur.
  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 10 lid 1. loopt het eerste boekjaar van heden af tot en met 31 december 1996.
  3. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 lid 2. voor wat de wijze van benoeming betreft, treden voor de eerste maal als bestuursleden op:
    • Hr. R.K. Muts (college Sutherland)
    • Hr. P. Dijs (College Sutherland)
    • Hr. S.A.M. de Ree (NAO)
    • Hr. L. Veldstra (NAO)
    • Hr. R. Zweedijk (IAO)
    • Hr. R. Hanschen (IAO)

Waarvan akte