Examencommissie / Thesiscommissie
Email : sanders.naco@gmail.com
Casuïstiek en thesis aanvragen alleen indienen via de mail

6. Diplomering

6. Diplomering

Doelstelling van de diplomafase is: de student leren enige kritiek te ontwikkelen over zijn eigen denken en handelen in de beroepspraktijk en het leren oriënteren op de verschillende visies over casuïstiek, diagnostiek en therapie.

De kandidaat dient binnen 1,5 jaar na het behalen van het casuïstiekexamen de diplomafase af te ronden.

Het diplomawerkstuk kan bestaan uit:

  • Een thesis: wetenschappelijk onderzoek (evidence based, black-box, literatuur, etc.)
  • Een casestudie: wetenschappelijke onderbouwing van een osteopathische casus
  • Een afstudeeropdracht: beroepsgeoriënteerde bijdrage aan het werkveld Osteopathie.

De diplomafase wordt beoordeeld door de examencommissie onder andere op de volgende punten:

  • Kennis en inzicht
  • Zorgvuldigheid en kritische attitude.
  • Logische opbouw en duidelijke conclusie.
  • Nieuwswaarde.

Het diplomawerkstuk dient ten overstaan van de examencommissie verdedigd te worden in de vorm van een presentatie van het werkstuk en het verantwoorden van het werkstuk aan de hand van vragen.

De diplomafase valt formeel onder de verantwoording van het Nederlands Academisch College voor Osteopathie (NACO).

 

6.1 Doelstelling

De doelstelling van de diplomafase is: de student leren enige kritiek te ontwikkelen ten aanzien van zijn eigen denken en handelen in de beroepspraktijk en het leren oriënteren op de verschillende visies ten aanzien van casuïstiek, diagnostiek en therapie bij de individuele patiënt.

De doelstelling op korte termijn luidt: de student leren een weg te vinden in de vakliteratuur en de gevonden gegevens, al of niet gecombineerd met praktijkervaringen (onderzoek) kritisch te verwerken in een leesbaar geschrift.

Voorwaarde deelname diplomeringsfase

Voorwaarde tot deelname aan de diplomafase is een positief afgesloten casuïstiekexamen en co-therapie.

Commissie

Rondom de diplomafase zijn verschillende commissies actief:

De diplomeringscommissie:

Deze commissie bestaat uit drie leden. Bij deze commissie dient de aanvraag voor het werkstuk te worden gedaan en de aanmelding voor de verdediging. De commissie kan de aanvraag voor het werkstuk aanvaarden of afkeuren en zo nodig van adviezen voorzien. De commissie beoordeeld anoniem.

De lees-/examencommissie:

Deze commissie wordt samengesteld door de diplomeringscommissie en bestaat uit drie leden, waarvan minimaal een docent CS en twee osteopaten D.O. Bij deze commissie dient het werkstuk te worden ingeleverd. Zij bepalen als leescommissie of het werkstuk verdedigd mag worden. Tijdens de verdediging zijn zij de examencommissie en beoordelen zij het werkstuk en de verdediging van de kandidaat. De commissie beoordeeld anoniem.

Het werkstuk dient volledig af te zijn vooraleer het bij de commissie ingeleverd kan worden. Het werkstuk dient tevens voorzien te zijn van de handtekening ter goedkeuring van de begeleider.

De bemerkingen van de leescommissie dienen in de verdediging van de kandidaat opgenomen te worden.

Financiën

Het NACO rekent examengeld voor het lezen en beoordelen (thesis-examengeld deel 1) verdedigen van het werkstuk (thesis-examengeld deel 2). (Kijk altijd voor de belangrijke data en kosten met betrekking tot de verdediging op www.college-sutherland.nl  onder het kopje studentenlogin).

Een begeleider van een werkstuk kan een vergoeding vragen voor zijn/haar werk, afspraken hierover dienen kandidaat en begeleider zelf te maken.

 

6.2 Algemene Voorschriften

6.2.1 Onderwerp

De keuze van het onderwerp is vrij, maar de thesis moet een duidelijke relatie met het beroep Osteopathie hebben en dient te getuigen van kennis, inzicht en onderzoek op het gebied van Osteopathische diagnostiek en therapie. Deze relaties dienen wetenschappelijk, klinisch en biografisch naar voren te komen.

6.2.2 Probleemstelling

De student stelt zelf de probleemstelling voor die hij/zij met betrekking tot het gekozen onderwerp wil uitdiepen, benevens een voorlopig werkschema. In overleg met de promotor definitief afgebakende onderwerp, de definitieve probleemstelling en het definitieve werkschema vastgesteld. Criteria voor de onderwerpen zijn:

  • Fundamenteel onderzoek
  • Praktijkgericht onderzoek (klinisch experimenteel, epidemiologisch)
  • Vergelijkend literatuuronderzoek.
  • Casestudie
  • Afstudeeropdracht; beroepsgeoriënteerde bijdrage aan het werkveld Osteopathie.

In de probleemstelling dient de Osteopathische visie (filosofie) ten aanzien van het onderwerp duidelijk te zijn afgebakend en omschreven.

6 2.3 Personen

De diplomafase kan uitgevoerd worden door één student, of gezamenlijk door twee of meer studenten, dan dient in de inleiding ieders persoonlijke inbreng en de motivatie voor de gezamenlijke inbreng naar voren te komen.

Indien de bijdrage van de kandidaat onderdeel is van een grootschalig onderzoek, dient de kandidaat zijn/haar bijdrage duidelijk te verdedigen.

6.2.4 Aanvaarding

Het onderwerp van het werkstuk en de manier van aanpak dient aanvaard te worden door de diplomeringscommissie. Hiervoor dient men  een aanvraag in de vorm van een ‘voorstel diplomering’ in.

Het voorstel voor het werkstuk dient men in te leveren bij de diplomeringscommissie. De commissie bepaalt of het voorstel aanvaard wordt. Vanuit de commissie reageert een van de leden binnen een maand op deze aanvraag.

In dit voorstel moet vermeld zijn:

  • Titel/onderwerp
  • Probleemstelling en eventuele deelvragen
  • De methodologie (experimenten, statistiek, literatuur, etc.), Korte beschrijving van de patiënt en het aantal consulten
  • De manier waarop je de probleemstelling gaat onderzoeken en/of de deelvragen gaat beantwoorden.
  • Korte beschrijving van de beschikbare materialen op het moment van de aanvraag, zoals het verloop van de consulten bij een casestudie, de pilot bij een onderzoek, etc.
  • Een bibliografisch overzicht om het onderwerp in te kaderen, voorlopige literatuurlijst
  • De verwachte eindconclusie,
  • Het werkschema en de timing (Planning)
  • Voorstel begeleider, plus persoonlijke aantekening van de begeleider.

Deze aanvraag geschiedt  volgens protocol: Aanvraagformulier Eindwerkverdediging Osteopathie, NO 09

De diplomeringscommissie zal op korte termijn het ‘voorstel diplomering’ beoordelen en al dan niet toestemming geven tot het schrijven van het werkstuk of adviezen geven over het onderwerp, de afbakening, de methodologie en dergelijke. De verantwoording voor het werkstuk ligt te allen tijde bij de kandidaat.

Inleveren werkstuk

De kandidaat die zich heeft aangemeld voor de verdediging krijgt van het NACO de namen van leden van de lees-/examencommissie. Tevens dient het thesis-examengeld deel 1 te zijn overgemaakt op de rekening van het Naco.

Acht weken (exclusief landelijk vastgestelde vakanties) vóór de daartoe vastgestelde data van de zittijden voor de verdediging, dient het, voor de kandidaat definitieve werkstuk in een nog niet ingebonden versie (wel in snelhechter) in het bezit te zijn van de lees-/examencommissie. Dit werkstuk dient te zijn voorzien van de handtekening en goedkeuring van de begeleider. De commissie leest het werkstuk (en is dan in functie als leescommissie), beoordeelt deze en reageert, via de voorzitter van het NACO, na vier weken. Er zijn in principe drie mogelijke oordelen:

  • het werkstuk is goedgekeurd en mag verdedigd worden.
  • het werkstuk is in onvoldoende maar de commissie is van mening dat er kleine correcties dienen te worden uitgevoerd om voldoende te behalen. Tevens kan de commissie aanbevelingen tot verbeteringen doen. Eventuele kleine correcties worden door de kandidaat uitgevoerd en wederom aan de commissie gestuurd. Deze kleine correcties worden tevens in een bijlage duidelijk per pagina aangegeven. Uiterlijk drie weken voor de zitting van de verdediging dient de door de commissie goedgekeurde versie in gebonden vorm in haar bezit te zijn.
  • het werkstuk is afgekeurd en mag niet verdedigd worden. De commissie motiveert dit besluit. De kandidaat  kan de volgende zittijd zijn verbeterde werkstuk  opnieuw  inleveren.

De kleine correcties betreffen de vorm van het werkstuk, de inhoud dient definitief te zijn.

Aanmelding verdediging

Uiterlijk 4 werkweken voor de inleverdatum dient de kandidaat zich aan te melden voor de verdediging (dat wil dus zeggen 12 weken exclusief landelijk vastgelegde vakanties voor de datum van verdediging) Check de data op de website www.college-sutherland.nl à studenten login à thesis.

via e-mail bij: Gabe Sanders D.O.- mro:   sanders.naco@gmail.com

Verdediging

Het werkstuk dient ten overstaan van de examencommissie verdedigd te worden in de vorm van een presentatie en het verantwoorden van het werkstuk aan de hand van vragen. 2 weken voor de verdediging van het goedgekeurde werkstuk dient het examengeld deel 2 zijn bijgeschreven op de rekening van het Naco. De duur van de presentatie is maximaal 20 minuten, waarna ongeveer 20 minuten gebruikt wordt voor het stellen van vragen en de verdediging. De verdediging is niet openbaar en derhalve niet toegankelijk voor anderen dan de kandidaat, de jury van het NACO, eventueel een afgevaardigde van het NRO en/of NOF en de begeleider.

6.3 Begeleiding

6.3.1 Begeleider

De student heeft de vrije keuze van begeleider, mits deze een Osteopaat D.O. is en afgestudeerd aan het College voor Osteopathische Geneeskunde Sutherland. Indien deze geen Osteopaat D.O. (CS), moet hij tevens een Osteopaat D.O. (CS) kiezen, die hem/haar zal begeleiden om de relatie tussen het besproken onderwerp en de Osteopathie te waarborgen.

De begeleiding houdt onder meer in:

  1. de student adviseren bij de keuze van het onderwerp.
  2. de student adviseren bij de keuze van de probleemstelling ten aanzien van het onderwerp en het opzetten van een werkschema.
  3. De student adviseren bij het bepalen van de vorm van het werkstuk.
  4. het aanbevelen van literatuur met betrekking tot. het onderwerp.
  5. het adviseren van informatie verschaffende personen c.q. instellingen met betrekking tot het onderwerp.

6.3.2. Afspraken begeleiding

De kandidaat vraagt de toekomstig begeleider om hem/haar te begeleiden. Dit kan nadat de kandidaat een voorstel heeft ingediend bij de thesis/casestudy commissie of reeds daarvoor.

Voordat de begeleiding start dient overeenstemming te zijn over:

  • vergoeding voor begeleiden. Een begeleider kan een uurtarief rekenen tot 40 euro per uur . Afspraken dienen te worden gemaakt over het bedrag en wat wel en niet meetelt als betaalde begeleidingsuren. Voorbeelden: persoonlijk contact, contact per e-mail, contact per telefoon, leesuren.
  • de planning: de kandidaat maakt een realistische planning en houdt daarbij rekening met de begeleider. Dat wil zeggen ook met vakanties van de begeleider etc. Tevens is de verdediging, en dus inleverdatum, bekend.
  • Wat de kandidaat en begeleider van elkaar verwachten in het traject. Voorbeelden: aantal contactmomenten, aanleveren van delen van de casestudy qua vorm en hoeveelheid.

6.3.3. Taakstelling begeleiding

  • De begeleider leest tussentijds (delen van) het werkstuk. Hij/zij levert inhoudelijk commentaar en kan met ideeën komen over inhoud en/of structuur. De kandidaat overlegt met de begeleider over deze opmerkingen en past eventueel de tekst aan. De verantwoordelijkheid voor het werkstuk ligt bij de kandidaat.
  • De begeleider adviseert de kandidaat of het werkstuk goed genoeg is om bij de leescommissie in te leveren.
  • De kandidaat houdt zich aan de afspraken en aan de planning; kan hij/zij daar niet aan voldoen dan neemt hij daarover contact op met de begeleider.
  • Correctie van taal- en typefouten hoort niet tot de taak van de begeleider.
  • Schrijven van (delen van ) het werkstuk hoort niet tot de taak van de begeleider.
  • De kandidaat zorgt dat hij de gang van zaken rondom het werkstuk kent. Hij is op de hoogte van aanmeldingsdata/inleverdata/verdedigingsdata en het protocol.
  • De verantwoordelijkheid voor het werkstuk behoort te allen tijde tot de taak van de kandidaat.

6.3.4. Geschillen begeleiding

Indien de begeleider twijfelt over de inhoud en de vorm van het werkstuk, kan hij het werkstuk aan een lid van de diplomeringscommissie voorleggen.

Bij een geschil tussen begeleider en student, beslist de examencommissie, in overeenstemming met dit examenreglement.

 

6.4 Inhoud en indeling

6.4.1. Probleemstelling

Bij het werkstuk van de diplomafase wordt een onderwerp gekozen. Dit onderwerp is afhankelijk van het type werkstuk:

  • Thesis: een relevante studie naar de effecten van Osteopathie, fundamenteel, epidemiologisch, black-box.
  • Casestudie: een patiënten casus en de wetenschappelijk fundering van de hypothese.
  • Afstudeeropdracht: een opdracht c.q. vraagstelling vanuit het werkveld Osteopathie.

De probleemstelling die uit het onderwerp volgt dient datgene te omvatten wat de kandidaat zich naar aanleiding van de opdracht afvraagt en wil onderzoeken. Dit mag in de vorm van één probleemstelling zijn maar mag ook bestaan uit een probleemstelling met een aantal – daaruit volgende – deelvragen.

De kandidaat stelt zelf de probleemstelling voor die hij/zij over het gekozen onderwerp wil uitdiepen, benevens een voorlopig werkschema. In overleg met de begeleider wordt het definitief afgebakende onderwerp, de definitieve probleemstelling en het definitieve werkschema vastgesteld. Met een probleemstelling wordt van het begin af duidelijk wat er wel en niet aan de orde gesteld wordt.

In de probleemstelling dient de osteopathische visie (filosofie) over het onderwerp duidelijk te zijn afgebakend en omschreven.

Een goede probleemstelling:

  • moet realistisch zijn;
  • moet voor de kandidaat interessant zijn;
  • moet een bepaalde nieuwswaarde bezitten (een bijdrage in het weten);
  • moet ethisch te verantwoorden zijn;
  • moet relevant zijn, met betrekking tot maatschappelijk nut.

Eisen probleemstelling

  • De probleemstelling is te relateren aan de eisen en voorwaarden voor het werkstuk.
  • In de probleemstelling staat het beroep Osteopathie centraal.
  • De probleemstelling is als duidelijke, concrete vraag geformuleerd (eventueel deelvragen).
  • De probleemstelling mag niet te veel omvattend zijn. Het moet te realiseren zijn met de beschikbare middelen, in de beschikbare tijd.
  • De probleemstelling moet zowel aan de hand van literatuurstudie als door middel van praktijkervaring onderbouwd worden.

6.4.1 Inhoud van het werkstuk

a. Voorwoord: geeft de mogelijkheid, diegenen die behulpzaam zijn geweest bij het tot stand komen van het werkstuk te bedanken.

b. Inleiding:  Korte verantwoording van de keuze, beginidee.

c. Probleemstelling (wat heb ik willen doen of wat heb ik willen beschrijven).

d. Methode (hoe is het gedaan).

e. het preciezer werkontwerp

f. het nut van het werkstuk, het voordeel van het werkstuk op wetenschappelijk, geschiedkundig en professioneel vlak.

g. Tekst: geordend verslag of betoog. De verschillende aspecten van het beschrevene worden door middel van een indeling in hoofdstukken en paragrafen aangegeven.

h. Slotbeschouwing: samenvatting van de resultaten of afronding van het betoog. Hier dienen meningen (eigen of van auteur litt) en feitelijkheden onderscheiden te worden.

i. Conclusie:   met hierin de volgende elementen:

– herinnering aan het onderwerp,

– opsomming van de belangrijkste resultaten,

– implicaties, toepassingen, conclusies,

– vermelding van de limieten van het werkstuk en als zodanig ook aan de conclusies.

j. Samenvatting: de kandidaat dient bij het werkstuk op een apart blad een samenvatting van het werkstuk te leveren (maximaal één A4), die aan iemand die het werkstuk niet gelezen heeft  zicht geeft op het behandelde onderwerp, de probleemstelling, aanpak en getrokken conclusie.

6.4.2.1 Indeling van het werkstuk

  • Titelpagina
  • Voorwoord
  • Inhoudsopgave met paginaverwijzing
  • Inleiding
  • Probleemstelling (en deelvragen)
  • Beschrijving
    • Thesis
      • Korte verantwoording van de keuze, beginidee.
      • Probleemstelling (wat heb ik willen doen of wat heb ik willen beschrijven).
      • Methode (hoe is het gedaan).
      • het preciezer werkontwerp
      • het nut van het werkstuk
      • het voordeel van het werkstuk op wetenschappelijk, geschiedkundig en professioneel vlak.

 

  • casestudie:
    • gegevens patiënt
    • klachten
    • evt. reguliere diagnosen
    • medicijngebruik
    • voorgeschiedenis
    • status praesens
    • onderzoek:
      • anamnese
      • Inspectie en algemeen lichamelijk onderzoek.
      • Osteopathische diagnostiek.
      • Vaardigheden op pariëtaal, visceraal of craniaal gebied.
      • Inzicht in de samenhang
      • Integratie, adviezen, resultaten.
      • verloop vervolgconsulten volgens bovenstaand schema

 

  • afstudeeropdracht
    • Opdracht (register, College, werkveld)
    • Kader waarbinnen de opdracht valt (organisatie)
    • Deelkader van de opdracht
    • Nut voor de Osteopathie
    • Maatschappelijk nut c.q. nut voor de patiënt
    • Eventueel politiek kader
    • Verloop uitwerking opdracht in schema

 

  • Literatuurstudie naar je onderwerp
  • Uitwerking
    • Thesis: Onderzoek:
      • experimenteel protocol (onderzoeksopzet)
      • criteria en nauwkeurigheid van metingen (reproduceerbaarheid, betrouwbaarheid, etc.)
      • gebruikte diagnostische of therapeutische methoden
      • aantal onderzoekers
      • statische verwerkingsmethode

 

  • Casestudie: verklaring van je onderwerp t.o.v. de klacht, bijvoorbeeld:
    • anatomisch
    • fysiologisch
    • psychologisch
    • embryologisch
    • neurologisch
    • mechanisch
    • circulatoir
    • membraneus
    • osteopathisch (Beweging !)
    • Integratie

 

  • Afstudeeropdracht: Praktische bruikbaarheid taakomschrijvingen, tijdpad, haalbaarheid, toepassing, dashboard, etc. helder en transparant
    • taakomschrijvingen
    • tijdpad
    • haalbaarheid
    • toepassing
    • dashboard
    • gebruiksaanwijzing

 

  • Conclusie: herinnering aan de probleemstelling, samenvatting van de belangrijkste resultaten, vergelijking van de resultaten met de probleemstelling, implicaties, impacten, toepassingen, vermelding van de beperkingen van het werkstuk en van de conclusies.

 

  • Literatuurlijst
  • Eventuele bijlagen
  • Samenvatting

6.4.2.2 Harde criteria

Bij de beoordeling van het schriftelijk werk door de jury van het Naco worden de zogenaamde 12 “harde” criteria bekeken en beoordeeld. Deze criteria dienen verplicht aanwezig te zijn in het werkstuk!

  1. Samenvatting van maximaal 1 A4
  2. Samenvatting in het Engels
  3. Omslag
  4. Titelpagina met elementen zoals voorgeschreven
  5. Correcte inhoudsopgave
  6. Voorwoord
  7. Indeling in hoofdstukken en paragrafen
  8. Correcte paginanummering
  9. Bijlage met bronvermeldingen zoals voorgeschreven
  10. Bijlage met literatuurlijst
  11. Leesbaarheid gericht op de doelgroep
  12. Correct Nederlands

 

6.5 Tekstverwerking

 6.5.1 De tekst

Gebruik van de juiste woorden, korte zinnen dragen bij tot de exactheid en vergemakkelijken de verstaanbaarheid.

Het is noodzakelijk volledige en grammaticaal juiste zinnen te gebruiken. Telegramstijl is uit den boze; dit wordt slechts getolereerd in nota’s.

Het gebruik van de tegenwoordige tijd vergemakkelijkt de verwerking en de verstaanbaarheid. Het gebruik van verleden of toekomstige tijd is enkel gewenst indien men een evolutie in de tijd duidelijk wil maken.

De woorden ‘ik’ en ‘mijn’ worden normaal niet gebruikt in een werkstuk. In plaats daarvan gebruikt men ‘we’ of ‘ons’, het gaat immers om de student, de begeleider en het College.

 6.5.2 Afkortingen

Afkortingen dienen in het werkstuk vermeden te worden, tenzij plaatswinning gerechtvaardigd is, zoals in tabellen.

Alle meeteenheden zullen een eerste keer voluit geschreven moeten worden (bijv. centimeter) en vervolgens afgekort worden overgenomen (cm). Deze afkortingen moeten voor de gehele thesis uniform zijn en in het begin van het werk worden vermeld indien ze ongewoon zijn.

6.5.3 Gebruik van cijfers

Cijfers worden in Arabische cijfers geschreven in de volgende gevallen:

  • proefpopulatie: bijv. de enquête werd uitgevoerd over 564 personen.
  • afstand, gewicht en andere metingen: bijv. 10 km, 6 kg.
  • de tijd: bijv. om 16.30 uur.
  • kwantiteiten: … het opsturen van 823 vragenlijsten.
  • statistische waarden: bijv. r 0.70.
  • nummering van pagina’s, hoofdstukken en paragrafen.

Getallen worden in Romeinse cijfers aangegeven, indien het gaat om:

  • volumes, boeken: bijv. Vol.XV.
  • eeuwen: bijv. XX eeuw.
  • getallen na een naam (staatshoofd, paus, etc.): bijv. Willem III, Paulus IV.

 6.5.4 Literatuurgebruik

Het raadplegen en gebruik maken van literatuur voor het werkstuk strekt ter eigen informatie. Als regel mag niet worden ‘overgeschreven’, noch uitgebreid uit literatuur worden overgenomen.

Korte citaten – zinvol binnen het geheel – zijn toegestaan.

Indien wordt geciteerd, dan behoort dit letterlijk te geschieden met gebruikmaking van aanhalingstekens voor en na het geciteerde en met duidelijke vermelding van auteur, bron en paginaverwijzing.

Auteursverwijzing kan door middel van nummering geschieden.

Indien de gedachte van de auteur in eigen bewoordingen wordt weergegeven, dan dient eveneens duidelijk te worden verwezen naar de bron van afkomst. Dit geldt ook voor citaten en meningen uit geraadpleegde artikelen.

De voorkeur gaat uit naar wetenschappelijk gefundeerde literatuur. Indien (een deel van) de literatuur bestaat uit niet onderzochte zaken, filosofische beschouwing of vooronderstellingen, dient dit duidelijk in de thesis vermeld worden.

Geraadpleegde literatuur en artikelen, alsmede in de tekst vermelde verwijzingen dienen in een literatuurlijst aan het einde van de thesis te worden opgenomen in een alfabetische volgorde naar de auteursnamen. Met een strikte scheiding in:

  • Wetenschappelijke literatuur
  • Wetenschappelijke artikelen
  • Vakliteratuur
  • Vakgerichte artikelen
  • Syllabi
  • Internet bronnen

Aan de achternaam behoren de voorletters te worden toegevoegd.

Dus: auteur + voorletters, titel bron, eventueel naam tijdschrift, uitgever en jaartal (nummer tijdschrift). Voorbeeld: Junqueira, L.C. et al, Functionele Histologie, Bunge, Utrecht, 1993.

 

Enkele website adressen voor wetenschappelijk onderzoek:

1.Eindwerken osteopathie Duitsland

www.osteopathie-akademie.de/diplom_chrono.html

 

2.Website van osteopathische en andere manuele therapeutische studies, verzorgd door de Wiener Schule für Osteopathie i.s.m de Britisch School of Osteopathy

www.osteopathic-research.com

 

3.Commission for Osteopathic Research, Practice and Promotion (CORPP)

www.corpp.org

 

4.American Journal of the American Osteopathic Association

www.jaoa.org

alle artikels in full text gratis

dit is het enige osteopathische tijdschrift dat ook te vinden is via de grootste medische databank Medline

opm: het gaat hier wel over Amerikaanse osteopathie, dus veel medisch

 

5.Osteopathic Research Center in Texas

www.hsc.unt.edu/orc

 

6.Medline

www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi

grootste medische databank met alle reguliere wetenschappelijke tijdschriften

juiste zoektermen vind je via de MeSH Database

 

7.Cochrane Collaboration

www.york.ac.uk/inst/crd/crddatabases.htm

medische databank met reviewartikels van reguliere medische klinische trials

 

 6.5.5 Statistische gegevens

Statistische tabellen.

  • De statistische tabellen moeten worden ingeleid door een tekst die de tabellen omschrijft of rechtvaardigt.
  • Ze moeten genummerd zijn en een precieze titel dragen. De nummering kan in de thesis voortgezet worden of naar gelang het hoofdstuk ingedeeld worden.
  • Een statistische tabel moet gevolg worden door een commentaar, een analyse die de belangrijkste gegevens in verband met het onderwerp er uit haalt en wat de tabel voorstelt.
  • Het is raadzaam de getalswaarde weer te geven tot op het decimaal, significant in functie van de precisie. Men kan hiertoe de punt of de komma gebruiken, maar dan wel altijd op dezelfde manier: bijv. 3,79 of 3.79.
  • Het is absoluut noodzakelijk de gebruikte formules in de statistische werken voor te stellen. Hiertoe moet men ze duidelijk en goed afgelijnd schrijven, met speciale aandacht voor radicalen, tekens, exponenten, haakjes, Griekse letters, etc.
  •  De betekenis van de symbolen moet duidelijk weergegeven worden, tevens de referentie van het geraadpleegde werk om de formule terug te vinden.

 

6.5.6. Bijlagen, addenda

Men plaatst over het algemeen die documenten en informaties in de bijlagen, die nuttig zijn om mede te delen, zonder ze echter te plaatsen in de lopende tekst van het werkstuk, dit om de tekst niet te verzwaren en de continuïteit van de tekst te bewaren.

6.6 Vorm en inrichting

 6.6.1 Omvang

De thesis dient minimaal uit twintig pagina’s getypte tekst te bestaan op papierformaat A4. ( ± 42 regels per pagina). Bij twee studenten minimaal 35 pagina’s.

Met tekst wordt in deze zin bedoeld: de daadwerkelijke tekst van het werkstuk, niet derhalve de pagina’s voor titel, illustraties, en dergelijke inbegrepen.

 6.6.2 Vorm

Men dient slechts aan één zijde van het papier te typen en op de pagina’s een marge van 3 cm rechts, 4 cm links, 4 cm boven en 4 cm onder aan te houden.

  • De pagina’s dienen genummerd te zijn, men gebruikt formaat A4.
  • De illustraties dienen op de kopieën goed over te komen.

 6.6.3 Aantal

De inlevering van de thesis dient te geschieden in zesvoud (één voor de begeleider, drie voor de commissie en twee voor het archief van het College

De ingeleverde werkstukken worden opgenomen in het archief van het College voor Osteopathische Geneeskunde Sutherland Amsterdam en worden derhalve niet teruggegeven. Men gelieve zelf voor het behouden van een eigen exemplaar te zorgen.

Het werkstuk dient voorzien te zijn van een samenvatting (abstract) van één A4 in de Nederlandse en de Engelse taal.

Tevens dient het werkstuk digitaal ingeleverd te worden, ten bate van de database op de website. Eveneens dient de samenvatting (abstract) in de Nederlandse en Engelse taal separaat digitaal te worden ingeleverd aan email: thesis@college-sutherland.nl .

De kandidaat ontvangt van het NACO de adressen van de commissieleden, waar de exemplaren naar verzonden dienen te worden. De twee exemplaren voor College Sutherland dienen te worden verstuurd naar:

College voor Osteopathische Geneeskunde Sutherland

Hugo de Grootkade 30

1052 LT Amsterdam.

De ontvangst van de exemplaren en de digitale versie worden aan het NACO doorgegeven en zijn voorwaarde voor deelname aan de verdediging.

Het aanbieden van een exemplaar van de thesis aan personen of instellingen (bijv. de eigen opleiding) die behulpzaam zijn geweest bij het tot stand komen van de thesis is usance.

 6.6.4 Titelpagina

Op de titelpagina dient te worden vermeld:

  • Naam en voornaam van de auteur.
  • Begeleider.
  • Titel van de thesis.
  • Thesis voorgedragen ter verkrijging van de titel Diploma in de Osteopathie (D.O.) van het Nederlands Academisch College voor Osteopathie.
  • Jaartal.

 

6.7 Tijdschema

De werkstuk is onderdeel van het eindexamen en dient derhalve ingeleverd te zijn binnen een termijn van twee jaar na de eerste zittijd van het casuïstiekexamen.

In overleg met de begeleider wordt een bindende datum vastgesteld waarop het werkstuk ter beoordeling in het bezit van de lees/examencommissie dient te zijn. Dit is tenminste acht werkweken vóór de daartoe vastgestelde data van de zittijden voor de verdediging van het werkstuk.

In overleg kan ook een tijdschema worden opgesteld, waarin vastgelegd wordt wanneer welke onderdelen c.q. onderzoeken afgerond dienen te zijn.

Voorbeeld tijdschema: Casuïstiekexamen behaald in februari.

De eerste zittijd afstudeeropdracht is dan een jaar later in januari/februari, de tweede in september van dat jaar en de derde weer een jaar later in januari/februari. Dit is de laatst mogelijke datum, twee jaar na het behalen van het casuïstiekexamen.

Indien de kandidaat twee jaar na het behalen van het casuïstiekexamen nog geen diplomeringsfase heeft afgerond dient de kandidaat  het casuïstiekexamen opnieuw af te leggen. Alvorens de diplomeringsfase te kunnen starten.

Voorbeeld Werkschema

periode 1:

keuze onderwerp

begeleider zoeken

probleemstelling formuleren

verzamelen literatuur

inlezen

overleg (met begeleider en/of afstudeercommissie)

raamwerk van het werkstuk maken

inleveren werkstuk aanvraag (aanvaarding) bij het NACO

 

periode 2:

uitvoeren taak

verder literatuur verzamelen

hoofdstukken schrijven (raamwerk invullen)

verklaringen

 

periode 3:

afronden

conclusie trekken

literatuurverwijzingen aanbrengen en literatuurlijst

lay-out vaststellen

aanmelden voor de verdediging

inleveren

 

periode 4:

eventuele opmerkingen van de examencommissie verwerken

verdediging voorbereiden

 

periode 5:

verdediging (datum NACO)

 

6.8 Verdediging

Het werkstuk dient ten overstaan van de thesiscommissie van de NACO verdedigd te worden in de vorm van een presentatie van het werkstuk en het verantwoorden van de thesis aan de hand van vragen.

De duur van de presentatie is maximaal 20 minuten, waarna ongeveer 20 minuten gebruikt kan worden voor het stellen van vragen en de verdediging. De verdediging is niet openbaar en derhalve niet toegankelijk voor anderen dan de kandidaat, de jury van het NACO en de begeleider.

Met dient voordat men het werkstuk gaat verdedigen hiervoor een aanvraag in te dienen. Deze kan men downloaden van internet en dient met op te sturen naar het NACO:  sanders.naco@gmail.com.

6.9 Beoordeling

 6.9.1 Uitvoering

De thesis wordt beoordeeld door de thesiscommissie van het NACO, in overleg met de promotor, aan de hand van de thesis als werkstuk en de verdediging hiervan.

De beoordeling geschiedt op de volgende punten:

  1. technische punten
  2. zorgvuldigheid en kritische attitude waarmee de informatie verwerkt is.
  3. kennis en inzicht.
  4. logische opbouw van het betoog.
  5. conclusie, is deze duidelijk of onduidelijk.
  6. nieuwswaarde.
  7. de verdediging als betoog
  8. antwoorden op vragen bij de verdediging
  9. representatie

6.9.2. Beoordeling

De beoordeling van de thesis geschiedt op twee onderdelen:

Het schriftelijke werk (60 punten)

De presentatie c.q. de verdediging (40 punten).

Let wel: zowel het schriftelijke werk dient voldoende te zijn beoordeeld (minimaal 35 / 60), als de verdediging (25 / 40) welke voldoende dient te zijn. De totale beoordeling dient een minimum puntenaantal van 60 punten te behalen.

De diplomafase wordt beoordeeld op het niveau van reproduceerbaarheid (Knows), Inzicht (Knows how), demonstratie (Shows how) en toepassing (Does). Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de piramide van Miller (LP 05 Examenreglementen Osteopathie, artikel 14).

 

6.9.2 Kwalificatie

Bij de beoordeling van de thesis wordt gebruik gemaakt van de volgende kwalificaties:

  1.  ‘voldaan aan de eisen’, als de inhoud geen andere resultaten bevat dan een overzichtelijke registratie van meningen van anderen, met in het besluit een zekere nieuwswaarde in de vorm van een eigen voorkeur of positiebepaling.
  2.  ‘niet voldaan aan de eisen’, wanneer niet aan technische en kwalitatieve eisen is voldaan.

De thesis wordt dan afgekeurd, waarna de kandidaat in de gelegenheid wordt gesteld een verbeterde versie in te leveren, binnen de periode van één jaar.

Aan de kwalificatie genoemd onder a. kan worden toegevoegd

  • met onderscheiding (7)
  • met grote onderscheiding (8)
  • met lof (9)

Jaarlijks zijn er twee zittijden voor de diplomafase. De eerste zittijd gaat in een jaar na het behaalde  casuïstiekexamen. Een niet gebruikte zittijd wordt als verloren beschouwd.